Wadoryu

Een woord van de trainer over de geschiedenis, de kenmerken en het doel van Wadoryu Karate.
Daarnaast geeft hij ook een korte toelichting op 3 kenmerkende technieken van Wado.

W A D O R Y U

“The way of the Martial Arts is not an ordinary thing. It is to master peace and to desire harmony.”
Hironori Otsuka


Wadoryu is een Japanse karatestijl opgericht in 1939 door Hironori Otsuka. In deze stijl combineert Hironori Otsuka zijn vroege ervaring met jujutsu met de Shotokan karate die hij leerde als student van Gichin Funakoshi.
Als uitzondering bij de oprichters van de vier traditionele karatestijlen, was Hironori Otsuka de enige die niet afkomstig was van Okinawa. Hij werd geboren in 1892 te Ibaragi, nabij Tokyo. Zijn familie aan vaderszijde waren geneesheren. Zijn moeder kwam uit een familie van krijgsmannen. Op vroege leeftijd, ongeveer 5 jaar oud, werd hij ingewijd in het oefenen met de sabel en in jujutsu.
Via een demonstratie in de dojo van J. Kanô (…) leerde Hironori Otsuka, Gichin Funakoshi (…) kennen. Na 17 jaar intensief jujutsutraining ving Hironori Otsuka aan met de studie van karate om hierin aanvullende elementen te vinden voor zijn vordering in het jujutsu.

 

Vanuit zijn ervaringen uit het jujutsu stelde Hironori Otsuka, met als basis de aangeleerde kata’s door Gichin Funakoshi, partner oefeningen op, met het oog op de training voor het gevecht. Verschillende yakusoku-kumités werden uitgewerkt. Initieel werkte Hironori Otsuka als assistent van Gichin Funakoshi. Door de verdere vermenging van jujutsu en het karate ontstond een splitsing tussen beide. Na het uitwisselen van ervaringen met Y. Konishi (…) en K. Mabuni (…) stichtte Hironori Otsuka de stijl Wadoryu.

De basistechnieken (stoten, stampen, afweren, slaan, worpen en grepen), kata, geregeld en vrij gevecht zijn de hoofdbestanddelen van de trainingen. Hironori Otsuka selecteerde 9 kata’s voor zijn stijl. Dit zijn de 5 Pinan Kata, samen met Kushan-Ku, Naihanchi, Sei-Shan en Chinto. Deze 9 kata’s waren voor Hironori Otsuka allesomvattend voor de Wadoryu stijl.

Veel aandacht gaat naar de bewegingen van het lichaam, zoals daar zijn: ontwijkingen, inkomen en absorberen. Bij deze technieken wordt enerzijds het frontale contact vermeden en anderzijds de inzet van een aanvaller tegen zichzelf gebruikt.
Al deze toepassingen dienen uitgevoerd te worden volgens de kortst mogelijke weg, wars van elke onnodige beweging. Dit resulteert in kleine bewegingen waarin versnelling en impact gemaximaliseerd dienen te worden.

Het doel van Wadoryu karate is niet louter de perfectie van de fysieke technieken van zelfverdediging, maar het ontwikkelen van een geest in rust maar wakker, vrij intuïtief te reageren op elke situatie. Het is belangrijk om, om het even in welke richting men uitgaat, na het beëindigen van zijn techniek in de mogelijkheid te zijn te reageren in om het even welke richting. Deze houding is kenmerkend voor de hiervoor beschreven ingesteldheid. De ogen kunnen vooruit kijken, maar het hart moet in alle richtingen kijken of omgekeerd en evenzo voor kracht en techniek. “The eyes, heart, strength and technique are one”.


“Wadoryu Karate is not for fighting, but to find your own inner peace.”
Hironori Otsuka


N A G A S H I   Z U K I


Deze stoot doelt erop in het gevecht het initiatief te ontnemen van de tegenstrever bij het inzetten van zijn aanval (go no sen). Zonder de aanval van de tegenstrever af te weren, ontwijkt u hem in één keer terwijl u het lichaam in profiel draait en door middel van deze lichaamsrotatie toeslaat. U gebruikt de beweging van uw tegenstrever voor uw tegenaanval.
De techniek is een geëvolueerde vorm van tobikomi zuki. Op het ogenblik van de buiging van de voorste knie en van de vuiststoot wordt een kaishin ontwijking uitgevoerd.


T A I   S A B A K I

Hironori Otsuka was van mening dat men de tai sabaki technieken uit het Wadoryu min of meer kon beheersen op zijn veertigste jaar, als men van kindsbeen af met de training ervan begonnen was. Deze ontwijkingsbewegingen bestaan uit 6 typische vormen waarop variaties en toepassingen kunnen uitgewerkt worden naarmate het niveau stijgt.

  1. Sokushin: Een zijdelingse beweging, ingezet door de heupen naar de ene of de andere zijde te verplaatsen, waarbij de positie en de richting van het bovenlichaam nauwelijks veranderen.
  2. Hikimi: De heupen worden achteruit getrokken tot in de nekoashi stand, het gehele lichaamsgewicht komt op het achterste been.
  3. Sorimi: Een ontwijkingsbeweging van het bovenlichaam door achterover te neigen, met behoud van de mogelijkheid weer terug te komen naar de beginhouding.
  4. Chinshin: Met een soepel lichaam en vooral ontspannen benen, zakt men, door gebruik te maken van de zwaartekracht van het lichaam, door.
  5. Kaishin: Het gehele lichaam pivoteert rond zijn eigen as tegen de aanval van de tegenstrever.
  6. Senshin: Met het lichaam maakt men een spiraalbeweging onder de aanval van de tegenstrever. Men maakt gebruik van het stijgende deel van de beweging om de tegenaanval uit te voeren.

N A I H A N C H I

Deze kata die onderwezen werd door Kibe Choki (…) werd door Hironori Otsuka minimaal gewijzigd. Kibe Choki was zeer conservatief van opvatting en daarin ziet Hironori Otsuka de waarde van deze uitvoering. De uitvoering van deze kata in de naihanchi stand verkiest de voorkeur boven de shimata-dachi. Zoniet verliest men het voornaamste objectief van de kata. Het midden, noch de benen dragen het lichaam; het lichaam is. Het lichaam draagt het lichaam. Het midden stuurt alle bewegingen los van het lichaam.


- Pieter Vandenhout